"Goeiemorgen. Mijn man werd vermoord door zijn broer, en die laat me nu niet meer werken op mijn grond".
Het is net voor 9u 's ochtends, nog niemand op kantoor en deze vrouw lijkt een luisterend oor te zoeken. Haar blik is radeloos, maar op een rustige manier. Wij staan erbij met een mond vol melktanden. De advocaat van het vicariaat heeft zijn bureau naast dat van ons, maar zijn spreekuur begint pas vanavond om zeven uur, zeggen we. Maar dat ze altijd even mag gaan zitten. Ze heeft nog andere dingen te doen, bedankt, en wandelt elegant de zachte regen in met passen die "we moeten vooruit" zeggen.
Dat het op den boerenbuiten niet altijd houtvuurgeur en sterreschijn is, leerden we al in San José. Laatst, 's nachts na een dorpsfeest, hoorde Don Victor van bij hem thuis schoten in de verte. Enkele moment later bleek dat het om zijn broer ging. Waarom? Een antwoord was er niet, alleen vermoedens. Liefjes van vroeger. Een gestolen varken of een vierkante meter grond. In de minibus terug naar Jaén zaten we toen naast het zoontje van Victor's doodgeschoten broer, misschien net dertien: "Het was zijn lot. We moeten vooruit". In de stad zit hij overdag op school, 's avonds op een stoffig kamertje met amper een matras, geen raam. De wereld van discotheken en mototaxi's lonkt hem de puberteit in.
Soms gebeurt het gewoon daarom: omdat mensen vooruit moeten en de balast van de geschiedenissen die in kleine gemeenschappen imploderen, er toch ergens op dat uitgestrekte platteland afgegooid moet worden. Ze straffen zelf, of worden bestraft- verraden zal het platteland nooit doen.
zaterdag 27 maart 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)


0 reacties:
Een reactie plaatsen