Zondag in Jaén. De vrouwen zitten bij mekaar, drie generaties onder een Jezus-poster en vier kalenders. De ventilator draait de minuten vol. De vrouw die ons vanmiddag uitnodigde om cuy (1) bij haar te komen eten, wil van de gelegenheid gebruik maken om ons aan haar zus voor te stellen. Het jongste nichtje wordt op zo'n momenten naar het winkeltje op de hoek gestuurd om een fles ijskoude Inca Kola te gaan halen; de zestienjarige dochter toont foto's van haar grote feest vorig jaar (vijftien jaar betekent een soort tweede plechtige communie voor Peruaanse meisjes) en vraagt of er in België ook puistjes bestaan. We stellen haar snel gerust.
Een puppy (dobermann) sabbelt aan onze tenen, een verdwaasde kip met een touwtje aan haar poot zoekt iets om te pikken.
Waar zijn toch altijd de mannen in zulk samenzijn? Diegenen die het tot vijf uur 's ochtends hebben uitgezongen in de discotheken gaan als ontbijt kippenbouillon eten, naar verluidt, en kruipen dan in hun bed voor de rest van de dag. Anderen hebben met de opbrengst van verkochte vruchtbare grond een mototaxi gekocht, door hun vaders uit de heuvels weggestuurd omdat daar toch geen toekomst is. Ze sjezen zoals elke dag van hier naar ginder om hun dagelijkse rijst te verdienen.
Voor het avondmaal zijn we uitgenodigd bij een collega. Hij heeft tot zijn veertien jaar in een boerengehucht op een uur van Jaén gewoond. Zijn ouders zien mekaar nog graag. Jarenlang trok onze collega met ploeg en os door het veld, om vier uur 's morgens uit zijn bed, tot hij de kans kreeg om in de stad te gaan studeren en uiteindelijk leerkracht werd.
Twaalf jaar nadat hij den buiten achter zich liet is zijn job om vaders en moeders te overtuigen hun zonen niet van diezelfde buiten weg te sturen en hun grond aan mijn- of andere bedrijven te verkopen. Soms komt zijn moeder mee naar zijn huis in de stad. "Ze zijn gelukkig", zegt hij, "mijn ouders. Zij geloven wel in een toekomst daar, waar mijn zussen nu nog altijd wonen. Want de toekomst van de wereld ligt op 't platteland. De grond die nu niets waard is, betekent binnen tien jaar -wanneer de steden niet meer leefbaar zijn en we allemaal plastic eten- een fortuin".
Stad en drank maken vele families breekbaar. Een tafeltje, twaalf flessen en vier mannen: het is een vertrouwd beeld in de geïmproviseerde natuurstenen huisjes die steeds hoger opklimmen vanuit de vallei. De serveuse zit dan met moeder of baby in een hoekje. In de zon buiten liggen cacaobonen te drogen. Aan de tropische oppervlakte lijkt het hier altijd zondag, maar daaronder is er meer aan de hand.
(1): cavia
dinsdag 2 maart 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)


Hey Wies, mooi geschreven! Geniet ervan daar..
BeantwoordenVerwijderen