donderdag 9 december 2010

Brief aan Jaén

Liefste Jaén,

Je mango's worden weer rijp. Keiko verovert nu ook in deze stad je straatbeeld. De cirkel is rond en mijn verstand draait vierkant. Mijn hart: een bonzend driehoekje van stress, voldoening en een beetje tristeza. Het eerste veel te klein om je volledig te kunnen vatten, maar het heeft toch zijn best gedaan. Het tweede zit goed vol. Met mensen, landschappen. 

Gebalk, gekraai. De dag begint en op de radio spelen de eerste cumbia's.

Waar begin ik afscheid van je te nemen? Misschien bij je mototaxi's, de getunede broodwinning van velen en een cultus op zich. Op de middag dienden ze voor schaduw tijdens de siësta, bij zonsondergang voor het vervoeren van bergen maïsbladeren en ander caviavoedsel. Of je overvloed aan verse jugos en bordjes cebiche, waarvoor er op elke straathoek en altijd tijd was- kwestie van basisrecht. "We zijn dan misschien wel arm, maar om te eten is er altijd wel iets", hoorden we op den buiten regelmatig. Al hoop ik dat er snel regen over je valleien en bergen trekt, liefste Jaén, want de boeren worden stilaan ongerust.

Arriba y abajo
- boven en beneden. Het is de geografie die het lot van je mensen bepaalt. In het weekend zag ik ze met hun sombrero's lopen, de vrouwen van arriba: beneden probeerden ze verlegen hun passievruchten en ananassen aan de man te brengen. Boven leerde ik over het trieste der nevelwouden. Over de moedige strijd tegen goud- en koperzoekers.

Toegegeven, liefste Jaén, ik hoorde doorgaans weinig fraais over de wereld abajo, maar dat schrijf ik wel tussen haakjes in kleine lettertjes. (Dat ze bij de gemeente door en door corrupt zijn. Dat er als onkruid hotels uit de grond schieten die naar drugsgeld ruiken, om de prostitutie een dak te geven. Dat terwijl het ziekenhuis op een vervallen Chiro-lokaal lijkt waar je beter wegblijft als je leven je lief is, er flashy discotheken worden gebouwd met de modernste snufjes. Dat bierflessen en gsm-operators je op kanjers van borden toeschreeuwen, terwijl de boeken in de bibliotheek beschimmelen (de bibliotheek zelf trouwens ook) en de boeren hun marktkraampjes moeten improviseren tussen het afval waarop de gieren azen. Dat er gisteren opnieuw werd geschoten in iemands straat, en ze een compañero achtervolgden om -wie weet- morgen zijn moto te stelen. Dat de vaders hun salaris opdrinken voor hun families er een sol van gezien hebben. Dat de laatste groene stukjes van de vallei voor groot geld verpatst worden aan sjacheraars van makelaars. Dat het te heet en te stoffig is. Teveel lawaai 's nachts. Dat het allemaal louche, leugen en blablabla is; oog om oog, tand om tand. En dat er met de nieuwe burgemeester niet al te veel verandering zal moeten verwacht worden, integendeel.) Soms werd er zoveel gepraat en zo weinig gedaan, liefste Jaén. Soms. Daarvan kreeg ik het weleens op m'n heupen. Maar sommigen deden met weinig heel veel. Daarvan viel ik dan weer -meer dan eens- achterover. 

Je was een jaar mijn uitvalsbasis, soms voelde ik me thuis bij je. Telkens wanneer ik vanuit de bergen je vallei binnenreed, overviel je hitte me met een haat-en-liefde-gevoel. Een jaar in de ceja de selva- de wenkbrauw van de jungle, zoals ze deze flank van de Andes in Peru zo mooi noemen: dat doet iets met een mens. Ik hield er zelfs een petekindje aan over (dat ondertussen omgedoopt werd tot Luis).

Nu staar ik naar wat verre Vlaamse vacatures. Ik zal me stilaan moeten voorbereiden op andere vragen. Heb schrik voor de kou, maar stiekem ook wel goesting. 'k Ga me alvast een maand acclimatiseren op de zuidelijke hoogvlaktes van dit land. Om je in stilte te destilleren. 

Het is goed geweest, liefste Jaén. Bedankt voor alles. 

Nos vemos. 
Tu criollo,
Wies

donderdag 25 november 2010

Onder de vulkaan

Zou jij er blijven wonen? Geduldig (alweer) een grijze laag as en gruis van je huis, je erf vegen? Zou je wachten op water, voor de grond die al enkele jaren niets meer waard is?

Onder de Tungurahua volgt het leven onvermijdelijk het ritme van de vulkaan. Ze is een vrouw: Mama Tungurahua noemen de inheemsen van de Ecuadoraanse Andes haar. Omdat ze nog steeds uitbarst, op onvoorspelbare tijdstippen; de laatste keer in mei van dit jaar. Uitgedoofde vulkanen zijn mannelijk.

De boeren die gebleven zijn, zaaien voornamelijk ajuin, die ze verkopen op de markt. "Vroeger zag je ze nog hun eigen voedsel telen- aardappelen, bonen, graan. Vandaag kopen ze hun eten in de dorpswinkels. Blikjes tonijn, enzo, heel wat afval dus. Hun families die in de V.S. wonen, sturen geld voor een mooi huis en flat-screen tv. Voor wanneer ze op vakantie terugkomen, met de feesten. De mensen vergeten hun tradities, ze weten niet meer hoe ze de gewassen van de streek moeten telen. Spijtig", vindt een ingenieur van het lokale bisdom aan het stuur van z'n pick-up.

Spijtig. Mogen we het leven onder de vulkaan 'spijtig' vinden?  

We bezoeken één van de vulkaandorpjes, op 3000m boven zeeniveau. De laatste drie schoolkinderen knutselen er een knuffelbeertje onder het toezicht van de juffrouw voor vandaag. De ingenieur installeert geduldig een waterfilter, die werkt op basis van lagen grof en dan weer fijn zand. Het vuile leidingwater sijpelt traag door, maar tegen de middag is er ongetwijfeld voldoende omgetoverd om de hele gemeenschap te laten drinken. Volgend schooljaar vertrekken twee kinderen; daarmee lijkt het lot van het schooltje bezegeld. De ruiten van de school zijn met tape beplakt, uit voorzorg tegen de bevingen die elke vulkaanuitbarsting met zich meebrengt. De wolken die voor de besneeuwde top van de Tungurahua hangen trekken op, alsof ze haar nabijheid en macht wil bevestigen.

Een dag later wandelen we door de bergen rond Guasuntos, een verlaten dorp langs de Panamericana dat meer inwoners heeft in New York dan in haar eigen straten. De poncho's en doeken van de ploegende koppels op hun veldjes vormen rode en blauwe vlekken op het lappendeken van de Andes. Rijen eucalyptus, een verdwaasde koe. Alle tinten tussen geel, groen en bruin. Ik loop er wat spijtig vijfentwintig te worden. Maar content, want de zon schijnt na enkele regendagen. Bergen blijven, en dat maakt me blij.

vrijdag 5 november 2010

Slash and burn

Vier uur 's namiddags op kantoor in de stad, en (ik durf er geen graden op te plakken) het is heet. Héét.

In de vallei rond Jaén wordt rijst telen door de waterschaarste een nog helser karwei dan het al was. De boeren in de bergen beschuldigen er hun broeders beneden van hun water te "stelen" en "daarvoor geen enkele boom in ruil te planten". Op de weinige beboste flanken die er nog overblijven, verbranden sommige families de laatste stukjes bos, want volgens een lokaal geloof zorgt rook voor regen. Deze zaken van 'stokers' en 'waterdieven' worden voor de eigen rechtbanken van de inheemse boerenorganisaties met de hoogste ernst behandeld. Hun principe is dat ze zonder onderlinge solidariteit niet samen sterk kunnen staan.

"Voor het eerst vrees ik voor het eten van mijn gezin in januari", vertelt een campesino van rond de tachtig. "We mogen onze bossen niet verbranden, anders wordt het hier binnen de kortste keren een woestijn en kunnen we niets meer zaaien- geen koffie, geen bonen, niets".

"Deze hitte is niet normaal meer", hoor je ook overal in de stad- van de chauffeurs die hun t-shirt opgerold op hun yucca- en bierbuikje laten rusten, tot de vrouwen op de markt die vanuit een klein schaduwplekje bij hun fruitkraampje de dag zachtjes laten voorbijschroeien.

Zal de evenaarszon nooit meer dezelfde zijn in de tropen? Als het bos verdwijnt, drogen de rivieren uit. Dat weten de boeren wel, goede bedoelingen zijn er genoeg. Maar zij hebben binnen hun generatie niets anders gekend dan slash and burn: een lapje grond in het Beloofde Land van Noord-Cajamarca, nieuwe grond koloniseren verder naar het oosten richting de jungle, en weer terug. Moeder Aarde alom, maar uiteindelijk is het een kwestie van overleven- in een verdraaid moeilijk evenwicht met het indrukwekkende landschap dat de boer omringt.

maandag 25 oktober 2010

Op tijd

Ik leer het nooit. Na meer dan negen maanden in Peru kom ik nog steeds op tijd. Te vroeg, dus. Net als onze Sevillaanse jezuïtische directeur, die hier al vijftig jaar woont. Of het nu voor een vergadering is, of een bus. Ik doe mijn best maar, nee, het gaat er niet uit. Wachten: het is deel van de Peruaanse condition humaine. Een jaar geduld gekweekt, mag je dat op je cv zetten?

dinsdag 19 oktober 2010

Chirinos: de dubbele bedreiging voor de Chinchipe

Samen met VIMA stelden we gisteren de campagne Mining in Paradise? voor aan leerlingen secundair onderwijs, leerkrachten en boerenleiders van Chirinos (San Ignacio). Het district ligt middenin het stroomgebied van de Chinchipe, een rivier die bedreigd wordt door zowel metaal- als petroleumontginning. Lees het artikeltje op de site van Mining in Paradise?.


 
Creative Commons License
werk van Wies Willems is in licentie gegeven volgens een
Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 3.0 Unported licentie