Liefste Jaén,
Je mango's worden weer rijp. Keiko verovert nu ook in deze stad je straatbeeld. De cirkel is rond en mijn verstand draait vierkant. Mijn hart: een bonzend driehoekje van stress, voldoening en een beetje tristeza. Het eerste veel te klein om je volledig te kunnen vatten, maar het heeft toch zijn best gedaan. Het tweede zit goed vol. Met mensen, landschappen.
Gebalk, gekraai. De dag begint en op de radio spelen de eerste cumbia's.
Waar begin ik afscheid van je te nemen? Misschien bij je mototaxi's, de getunede broodwinning van velen en een cultus op zich. Op de middag dienden ze voor schaduw tijdens de siësta, bij zonsondergang voor het vervoeren van bergen maïsbladeren en ander caviavoedsel. Of je overvloed aan verse jugos en bordjes cebiche, waarvoor er op elke straathoek en altijd tijd was- kwestie van basisrecht. "We zijn dan misschien wel arm, maar om te eten is er altijd wel iets", hoorden we op den buiten regelmatig. Al hoop ik dat er snel regen over je valleien en bergen trekt, liefste Jaén, want de boeren worden stilaan ongerust.
Arriba y abajo- boven en beneden. Het is de geografie die het lot van je mensen bepaalt. In het weekend zag ik ze met hun sombrero's lopen, de vrouwen van arriba: beneden probeerden ze verlegen hun passievruchten en ananassen aan de man te brengen. Boven leerde ik over het trieste der nevelwouden. Over de moedige strijd tegen goud- en koperzoekers.
Arriba y abajo- boven en beneden. Het is de geografie die het lot van je mensen bepaalt. In het weekend zag ik ze met hun sombrero's lopen, de vrouwen van arriba: beneden probeerden ze verlegen hun passievruchten en ananassen aan de man te brengen. Boven leerde ik over het trieste der nevelwouden. Over de moedige strijd tegen goud- en koperzoekers.
Toegegeven, liefste Jaén, ik hoorde doorgaans weinig fraais over de wereld abajo, maar dat schrijf ik wel tussen haakjes in kleine lettertjes. (Dat ze bij de gemeente door en door corrupt zijn. Dat er als onkruid hotels uit de grond schieten die naar drugsgeld ruiken, om de prostitutie een dak te geven. Dat terwijl het ziekenhuis op een vervallen Chiro-lokaal lijkt waar je beter wegblijft als je leven je lief is, er flashy discotheken worden gebouwd met de modernste snufjes. Dat bierflessen en gsm-operators je op kanjers van borden toeschreeuwen, terwijl de boeken in de bibliotheek beschimmelen (de bibliotheek zelf trouwens ook) en de boeren hun marktkraampjes moeten improviseren tussen het afval waarop de gieren azen. Dat er gisteren opnieuw werd geschoten in iemands straat, en ze een compañero achtervolgden om -wie weet- morgen zijn moto te stelen. Dat de vaders hun salaris opdrinken voor hun families er een sol van gezien hebben. Dat de laatste groene stukjes van de vallei voor groot geld verpatst worden aan sjacheraars van makelaars. Dat het te heet en te stoffig is. Teveel lawaai 's nachts. Dat het allemaal louche, leugen en blablabla is; oog om oog, tand om tand. En dat er met de nieuwe burgemeester niet al te veel verandering zal moeten verwacht worden, integendeel.) Soms werd er zoveel gepraat en zo weinig gedaan, liefste Jaén. Soms. Daarvan kreeg ik het weleens op m'n heupen. Maar sommigen deden met weinig heel veel. Daarvan viel ik dan weer -meer dan eens- achterover.
Je was een jaar mijn uitvalsbasis, soms voelde ik me thuis bij je. Telkens wanneer ik vanuit de bergen je vallei binnenreed, overviel je hitte me met een haat-en-liefde-gevoel. Een jaar in de ceja de selva- de wenkbrauw van de jungle, zoals ze deze flank van de Andes in Peru zo mooi noemen: dat doet iets met een mens. Ik hield er zelfs een petekindje aan over (dat ondertussen omgedoopt werd tot Luis).
Nu staar ik naar wat verre Vlaamse vacatures. Ik zal me stilaan moeten voorbereiden op andere vragen. Heb schrik voor de kou, maar stiekem ook wel goesting. 'k Ga me alvast een maand acclimatiseren op de zuidelijke hoogvlaktes van dit land. Om je in stilte te destilleren.
Het is goed geweest, liefste Jaén. Bedankt voor alles.
Nos vemos.
Tu criollo,
Wies

